De keuze voor de juiste sensoren

is de eerste stap bij het slim gebruiken van het Internet of Things.

Welke statusinformatie zou jij willen weten?

Door een machine, ruimte of object van sensoren te voorzien, kan deze je constant op de hoogte houden van haar status. Maar welke statusinformatie wil je weten? Dat is de eerste vraag die je jezelf moet stellen. Welke specifieke informatie geeft bijvoorbeeld aan dat er iets mis is, mis zal gaan, of vereist je aandacht? Uiteindelijk is er geen technische beperking die je weerhoudt om alles te meten wat er te meten valt, maar je zit niet te wachten op overbodige informatie of kosten. Precies weten wat je wilt meten is de essentiële eerste stap bij het slim toepassen van het Internet of Things.

Voorbeelden van statusinformatie zijn:

Locatie

De waterpomp is waargenomen in Duitsland, terwijl deze in Rotterdam hoort te zijn.

Temperatuur

De temperatuur in het koeltransport is 16 graden.

Trilling

Er is geen trilling meer waargenomen, dit duidt op inactiviteit.

Beweging

Er is beweging gedetecteerd op een bouwplaats midden in de nacht.

Licht

De lichtwaarde binnen een container wijst op een open deur.

Luchtvochtigheid

De luchtvochtigheid van de bloementransport is kritiek.

Simpele, draadloze sensoren

Uiteindelijk kunnen sensoren overal in zitten of in geplaatst worden. Technisch is zo’n beetje alles mogelijk en dit gebeurt al sinds jaar en dag. De grote populariteit van het Internet of Things komt voornamelijk door de draadloze mogelijkheden. De betaalbaarheid en energiezuinigheid van de nieuwe netwerken zorgen ervoor dat er tegenwoordig kleine, draadloze sensoren zijn die vele jaren mee gaan op een knoopcel batterij. Deze plak je soms gewoon op een klein, mobiel object en je begint met meten. Zo simpel kan het zijn.

Als je weet welke statusinformatie en dus sensoren je nodig hebt

dan is het tijd voor de volgende stap, de juiste netwerkcommunicatie.

Lees meer over de netwerken.